Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.

Ik wijs erop dat de Hoge Raad in het arrest van 1988 stelt ‘’dat (het retentierecht), voor zover hier van belang, ook aan derden kan worden tegengeworpen’’ en in het arrest van 1995 over de verhouding oud/nieuw recht opmerkt ‘’dat de voordien geldende maatstaven voor het aannemen van een retentierecht niet verschillen van de nadien geldende maatstaven’’. Maar het lijkt mij niet dat deze laatste opmerking tevens op de werking tegen derden, zoals thans geregeld in art. 3:291, betrekking heeft. Al met al kan uit deze rechtspraak worden geconcludeerd dat art. 3:291 lid 1 voor 1992 reeds geldend recht vormde (de eerste twee beslissingen), terwijl dat voor lid 2 in elk geval voor een deel reeds zo was (de laatste twee beslissingen).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 40578 tot 41344.