Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.
De literatuur heeft eveneens geleidelijk het standpunt ingenomen dat aan het retentierecht werking tegen derden toekomt, al bestaat onenigheid over de vraag hoever deze werking gaat en waarop zij is gebaseerd. Van de recente schrijvers die de regel van 3:291 lid 2 ook reeds voor het oude recht als juist aanvaarden, noem ik Asser-Mijnssen III (1986), nr. 96, Pitlo/Brahn (1987), p. 589 e.v., Fesevur, Retentierecht (1988), p. 162, Aarts, Het retentierecht (1990), p. 203 en Rank-Berenschot, Over de scheidslijn tussen goederen- en verbintenissenrecht (1992), p. 97 en 98. Anders voor bewaargeving Asser-Kleijn, nr. 30, die echter niet ingaat op recente ontwikkelingen in rechtspraak en literatuur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 41350 tot 42062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1 | shasum -a 256