Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.
Gelet op het voorgaande meen ik dat art. 3:291 lid 2 zich voor anticiperende interpretatie leent en dat het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft aangenomen dat aan de door die bepaling gestelde vereisten in casu is voldaan. De klacht wordt derhalve tevergeefs voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 42937 tot 43229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1 | shasum -a 256