Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.

Naar mijn mening mist deze klacht feitelijke grondslag. Het hof heeft niet beslist dat de retentor het recht heeft vervangende zekerheid te eisen. Maar dit laat onverlet dat een retentor voorwaarden kan stellen voor het prijsgeven van zijn retentierecht; vgl. ook de art. 6:55 en 51. Rechtbank en hof hebben de op de omstandigheden van dit geval (waarin Moksel eerst het vrijgeven van de partij vlees heeft gevorderd en vervolgens daarvan heeft afgezien omdat zij de door KVV gewenste bankgarantie te hoog vond) toegespitste beslissing gegeven dat a) het stellen van de bankgarantie voor Moksel niet onoverkomelijk bezwaarlijk was, zodat b) uit haar gedragingen (het niet stellen van die bankgarantie en het aldus laten voortduren van de bestaande situatie) moet worden afgeleid dat zij instemde met het feit dat de verdere opslag voor haar rekening zou geschieden. Deze beslissing geeft m.i. niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, en zij is niet onbegrijpelijk. Daaraan doet uiteraard niet af dat de omstandigheden van het geval ook tot een andere beslissing kunnen leiden, zoals in Hof Arnhem 7 dec. 1977, NJ 1978, 376.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 43695 tot 44836.