Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.
21) Tenslotte dient nog te worden behandeld het derde onderdeel van het middel in het incidentele beroep, waarin betoogd wordt dat de vordering in conventie in ieder geval voor een bedrag van ƒ 8.846,50, zijnde het bewaargeld over de week 21 (van 22 tot en met 29 mei 1988), toewijsbaar was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 48789 tot 49095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1 | shasum -a 256