Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 1996

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 1996, ECLI:NL:PHR:1996:37.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de door verzoekster gevolmachtigde werknemer [betrokkene 2] (voor wiens doen en laten verzoekster strafrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld, zie het vijfde middel) samen met [betrokkene 4] , een werknemer van [A] B.V., waarvoor [A] B.V. strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld, opslagverklaringen en gezondheidscertificaten heeft vervalst (bewijsmiddel 1) en dat [betrokkene 4] de opslagverklaringen en gezondheidscertificaten opmaakte aan de hand van de door [betrokkene 2] verstrekte valse gegevens, een en ander terwijl [betrokkene 4] de aangeleverde gegevens nimmer verifieerde en ondanks dat hij wel eens de indruk had dat [betrokkene 2] een ander certificaat aanbod dan bij de partij hoorde (bewijsmiddel 5). Op grond van deze bewijsmiddelen heeft het hof kunnen oordelen dat er sprake was van bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering en dus van medeplegen (zie HSR, 14e druk, pp. 435-438). Van innerlijke tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring is geen sprake. Uit het bovenstaande volgt dat het hof het in het middel onder 2.3 bedoelde verweer op goede gronden heeft verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f030dc66bebf45ead54029c93449b5a9ead3159eafe50a0488c59dc2f99395ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f030dc66bebf45ead54029c93449b5a9ead3159eafe50a0488c59dc2f99395ff, en de alinea staat in dat document op bytes 10368 tot 11554.