Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:40.

De jurisprudentie van de Hoge Raad gaat ervan uit dat het passeren van een bewijsaanbod door de ktr. in een ontbindingszaak slechts dan schending oplevert van een fundamenteel rechtsbeginsel indien daardoor het beginsel van hoor en wederhoor wordt veronachtzaamd. Zie HR 22 mrt. 1991 NJ 1991, 400. Dat kan het geval zijn wanneer de betrokkene er, gezien het procesverloop, op mocht rekenen in de gelegenheid te worden gesteld zijn stellingen nader te adstrueren: HR 6 mrt. 1992 NJ 1993, 79.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3abc684cf4b0000c4d1bce53d36a3641b10bf181e1784c63760452aca13e54a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3abc684cf4b0000c4d1bce53d36a3641b10bf181e1784c63760452aca13e54a, en de alinea staat in dat document op bytes 9256 tot 9759.