Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:40.

Volgens art. 182 lid 1 Rv. is de bepaling van art. 192 lid 1 niet van toepassing in rekestprocedures. De grondgedachte is daarbij dat de invoering van het nieuwe bewijsrecht in 1988 niet tot gevolg mocht hebben dat de vrijheid van de rechter in verzoekschriftprocedures zou worden beperkt. Zie Losbl. Burg. Rv., aantek. 30–31 op titel 12 van bk. I. In de literatuur wordt soms betwijfeld of de niet-toepassing van art. 192 lid 1 in overeenstemming is met art. 6 EVRM, althans voor zover verzoekschriftprocedures in wezen een contentieuze inhoud hebben. Zie P. Smits, Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (Zwolle 1996) blz. 117–118; Snijders-Ynzonides-Meijer, Nederlands burgerlijk procesrecht (Zwolle 1993) no. 675–676; W.J. van den Brink TCR 1994 p. 77.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3abc684cf4b0000c4d1bce53d36a3641b10bf181e1784c63760452aca13e54a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3abc684cf4b0000c4d1bce53d36a3641b10bf181e1784c63760452aca13e54a, en de alinea staat in dat document op bytes 11600 tot 12375.