Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:40.
De vraag of deze kritiek op art. 182 lid 1 Rv. hout snijdt kan in het onderhavige geval in het midden blijven. In de eerste plaats kenmerkt de procedure van art. 1639w BW zich door haar eenvoud, haar informeel karakter en haar eigen procesregels; hoe dit ook moge zijn met andere rekestprocedures, in die van art. 1639w is de gedachte van het formele bewijsaanbod moeilijk te passen. Verg. over de kenmerken van de procedure ex art. 1639w HR 3 dec. 1982 NJ 1983, 182; HR 19 april 1985 NJ 1985, 699. In de tweede plaats heeft [verzoeker] geen belang bij deze klacht, omdat het oordeel over de niet-toepasselijkheid van art. 192 lid 1 Rv., naar de rb. uitdrukkelijk overweegt (r.o. 4.5), ten overvloede is gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3abc684cf4b0000c4d1bce53d36a3641b10bf181e1784c63760452aca13e54a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3abc684cf4b0000c4d1bce53d36a3641b10bf181e1784c63760452aca13e54a, en de alinea staat in dat document op bytes 12381 tot 13106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3abc684cf4b0000c4d1bce53d36a3641b10bf181e1784c63760452aca13e54a | shasum -a 256