Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:48.
12. Het derde middel bevat de klacht dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de betreffende vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad nu uit de bewijsmiddelen slechts valt af te leiden dat de vriendin, waarmee, de verdachte samenwoonde, de vuurwapens heeft aangeschaft en opgeborgen. Het hof heeft hieromtrent in een nadere bewijsoverweging het volgende overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f251ffdaa68c0f2c026e13be942d6c1115aa6f1e3f61e18f859defc85ecaf2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f251ffdaa68c0f2c026e13be942d6c1115aa6f1e3f61e18f859defc85ecaf2d, en de alinea staat in dat document op bytes 10672 tot 11071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3f251ffdaa68c0f2c026e13be942d6c1115aa6f1e3f61e18f859defc85ecaf2d | shasum -a 256