Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:48.
17. Dit middel gaat uit van een verkeerde lezing van die motivering nu het hof (arrest, p. 86) in deze overweging tevens aangeeft waarom de waardevolle voorwerpen dienen te worden verbeurd verklaard. Deze behoren volgens het hof nl. tot het bedrijfskapitaal/bedrijfsmiddelen met behulp van welk kapitaal de bewezenverklaarde feiten zijn begaan. Het oordeel dat deze juwelen e.d. tot dit bedrijfskapitaal/-middelen behoren is feitelijk en niet onbegrijpelijk aangezien het gebruikelijk is dat personen die op deze manier veel vermogen verwerven, zullen proberen de herkomst van dit vermogen te verdoezelen door middel van omzetting van het geld in allerlei andere waardevolle papieren en goederen. (HR NJ 1981, 208; zie ook Westerweel J.C. en Hillen J. L. S.M., Maatregelen tegen witwassen in Nederland, 1994, p. 14-16). Het middel is ongegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f251ffdaa68c0f2c026e13be942d6c1115aa6f1e3f61e18f859defc85ecaf2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f251ffdaa68c0f2c026e13be942d6c1115aa6f1e3f61e18f859defc85ecaf2d, en de alinea staat in dat document op bytes 13656 tot 14513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3f251ffdaa68c0f2c026e13be942d6c1115aa6f1e3f61e18f859defc85ecaf2d | shasum -a 256