Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:49.
van oordeel is geweest dat door dit samenstel van handelingen de vordering tot nadere vaststelling van de telastelegging is overgelegd in de zin van art. 313 Sv en dus tijdig is gedaan. Dat oordeel is mede gelet op de omstandigheid dat het belang dat art. 313 Sv, zoals dat thans nog luidt, wil beschermen, namelijk dat het onderwerp van de rechtsstrijd vaststaat voordat de officier van justitie zijn requisitoir begint, hier niet is geschaad, niet onbegrijpelijk. Het middel kan derhalve niet slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ec63ab074064e984365fbfb1e4b44c12f1f95bbc2bf0e691ad4514d81efae91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ec63ab074064e984365fbfb1e4b44c12f1f95bbc2bf0e691ad4514d81efae91, en de alinea staat in dat document op bytes 9000 tot 9515.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ec63ab074064e984365fbfb1e4b44c12f1f95bbc2bf0e691ad4514d81efae91 | shasum -a 256