Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:49.

10. De vraag wat de betekenis is van vrijwillige terugtred voor de strafbaarheid van gepleegde voorbereidingshandelingen die vallen onder art. 10a Opiumwet kan onbesproken blijven, omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen geenszins het vermoeden ontstaat dat er sprake is geweest van vrijwillige terugtred. Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat de terugtred enkel en alleen is. veroorzaakt door een van de wil van de daders onafhankelijke omstandigheid, te weten het feit dat de zeilboot ("Fast Lane") zodanige technische mankementen vertoonde dat men niet in staat was met dit schip te vertrekken. Met name volgt dit uit de verklaring van Brakkee (bewijsmiddel 35) - zakelijk weergegeven - inhoudende dat de tocht werd afgeblazen op het moment dat bleek dat de technische staat van het schip slecht was. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ec63ab074064e984365fbfb1e4b44c12f1f95bbc2bf0e691ad4514d81efae91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ec63ab074064e984365fbfb1e4b44c12f1f95bbc2bf0e691ad4514d81efae91, en de alinea staat in dat document op bytes 11553 tot 12414.