Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:56.
7. Het eerste middelonderdeel betoogt dat 's Hofs aangevallen oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof heeft miskend - aldus dit middel - dat [verweerder] verplicht was voorrang te verlenen aan alle verkeersdeelnemers die hem tegemoet kwamen ook al kon hij deze niet zien op het moment waarop hij naar links afsloeg; in het verkeer moet men immers ook bedacht zijn op verkeersdeelnemers die niet waarneembaar zijn tenzij de aanwezigheid van die verkeersdeelnemer en diens handelwijze zo onwaarschijnlijk zijn dat men daarmede in redelijkheid geen rekening behoefde te houden. Daarbij geldt - aldus dit middelonderdeel - dat men erop bedacht moet zijn dat ook onzichtbare verkeersdeelnemers met een hogere snelheid zullen rijden dan toegestaan, zodat niet iedere overschrijding van de plaatselijke snelheid doch slechts een ernstige overschrijding daarvan rechtens tot gevolg heeft dat van eigen schuld van de voorrangsgerechtigde verkeersdeelnemer kan worden gesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208, en de alinea staat in dat document op bytes 16010 tot 17013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208 | shasum -a 256