Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:56.
8. Kennelijk en terecht is het Hof ervan uitgegaan dat de niet-inachtneming van de - in art. 46 RVV (oud) neergelegde - verplichting van een naar links afslaande bestuurder om het tegemoet komende verkeer niet te hinderen, niet medebrengt dat als een botsing plaatsvindt die bestuurder eo ipso aan die botsing schuld heeft. Van verwijtbaarheid kan geen sprake zijn ingeval moet worden vastgesteld dat de bestuurder in de gegeven omstandigheden van het geval niet ervan had behoeven af te zien om naar links af te slaan. Ik verwijs hier naar Uw arrest van 5 oktober 1979, NJ 1980, 68 en VR 1980, 28 m.nt. Bouman. Zie ook de annotatie van Bouman onder het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 29 februari 1972, VR 1973, 80 (p. 307). Voor zover het middelonderdeel van een andere opvatting uitgaat faalt het.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208, en de alinea staat in dat document op bytes 17748 tot 18567.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208 | shasum -a 256