Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:56.

Voor zover het middel klaagt dat het Hof dit heeft miskend, faalt het reeds wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het Hof heeft immers geoordeeld dat [verweerder] - ingeval [betrokkene 1] voor hem onzichtbaar was - geen verwijt treft omdat hij in redelijkheid niet erop bedacht behoefde te zijn dat op het moment waarop het - gelet op het voor hem zichtbare verkeer - verantwoord was af te slaan zich mogelijk achter een voor hem zichtbare, tegemoetkomende, auto een voor hem op dat moment onzichtbare motor zou bevinden die vervolgens achter die auto vandaan zou schieten en deze met een zo hoge snelheid zou inhalen dat hij de inmiddels afslaande bus niet meer zou kunnen ontwijken. 's Hofs oordeel dat [verweerder] met een dergelijke roekeloze inhaalmanoeuvre in de gegeven omstandigheden - waaronder deze dat hij ([verweerder]) [betrokkene 1] niet kon zien - geen rekening behoefde te houden, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof heeft de juiste maatstaf aangelegd. Ik acht 's Hofs oordeel evenmin onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Wegens de verwevenheid met waarderingen van feitelijke aard is 's Hofs oordeel in cassatie verder niet op zijn juistheid te toetsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208, en de alinea staat in dat document op bytes 19211 tot 20425.