Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:56.

Zo moet ook falen de klacht dat 's Hofs oordeel onbegrijpelijk is voor zover het Hof bedoeld mocht hebben dat [betrokkene 1] met een zodanig hoge snelheid reed dat [verweerder] daarmee geen rekening behoefde te houden. Het Hof beschouwt de snelheid waarmee [betrokkene 1] reed in de hier aangevallen overweging immers niet op zichzelf als de verkeersfout waarop [betrokkene 1] in redelijkheid niet bedacht behoefde te zijn. Naar 's Hofs oordeel behoefde [verweerder] - ik merkte dat reeds op - niet bedacht te zijn op de roekeloze inhaalmanoeuvre van [betrokkene 1] die daarin bestond dat hij achter de voor hem rijdende auto vandaan schoot om deze auto met een zo hoge snelheid te passeren dat hij de bus die de rijbaan was gaan oversteken op een wijze die - gelet op het overige verkeer - ook verantwoord was, niet meer kon ontwijken. Dat [betrokkene 1] de voor hem rijdende auto met een zodanige snelheid passeerde dat hij de autobus niet meer kon ontwijken, is niet betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208, en de alinea staat in dat document op bytes 20431 tot 21422.