Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 1996, ECLI:NL:PHR:1996:56.

12. Ook dit onderdeel faalt. Het ziet eraan voorbij dat 's Hofs hier bestreden oordeel - het oordeel dat op grond van de getuigenverklaringen, behoudens het bewijs van het tegendeel, moet worden aangenomen dat [betrokkene 1] bij de nadering van het kruispunt harder reed dan 85 km per uur - is gebaseerd op een aan het Hof voorbehouden waardering en uitleg van de bewijsmiddelen. Het staat de rechter vrij niet-ondertekende getuigenverklaringen opgenomen in een proces-verbaal van de politie als bewijsmiddel te bezigen. Het is bepaald niet zo dat de rechter alleen op grond van de ten processe vaststaande feiten tot de slotsom mag komen dat voorshands - dat wil zeggen behoudens bewijs van het tegendeel - ervan moet worden uitgegaan dat een partij haar stellingen voldoende heeft geadstrueerd. (Zie ook Asser, Bewijslastverdeling, Monografieën Nieuw BW A-24, 1992 nrs. 14-21. )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bead656b83a11a1d14ef043a98620a77fe4279784c010d63d5556db4fe314208, en de alinea staat in dat document op bytes 27005 tot 27899.