Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 1996
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 november 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 1996, ECLI:NL:PHR:1996:8.
6) Anders dan het middel vervolgens aanvoert, behoefde hetgeen door [eiseres] bij memorie van grieven naar voren is gebracht met betrekking tot "een speculatief doel met het gehuurde object", de rechtbank niet van voornoemd oordeel af te houden. Dat de rechtbank met de desbetreffende stel-lingen van [eiseres] (het betreft de plannen van [verweerders] voor de bouw van appartementen op de eerste en tweede verdieping van het door [eiseres] gehuurde pand) rekening heeft gehouden, blijkt uit r.o. 3.2 van het tussenvonnis. De rechtbank heeft deze plannen kennelijk beschouwd als tot het verleden behorend en derhalve niet meer relevant voor de beoordeling, op het tijdstip van het te wijzen vonnis, van het bestaan van een serieuze wil tot eigen gebruik. Daarbij is van belang dat deze beoordeling betrekking had op de bedrijfsruimte op de begane grond, terwijl de voormelde plannen uitsluitend betrekking hadden op de eerste en tweede verdieping van het gehuurde, welke de rechtbank als een ten opzichte van de bedrijfsruimte zelfstandige woonruimte heeft aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da783345525925174b393e0f09d35d8b048f05f4532eb6ad0805325727149847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da783345525925174b393e0f09d35d8b048f05f4532eb6ad0805325727149847, en de alinea staat in dat document op bytes 16616 tot 17730.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da783345525925174b393e0f09d35d8b048f05f4532eb6ad0805325727149847 | shasum -a 256