Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1997

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1997, ECLI:NL:PHR:1997:2.

5. In dit verband verwijs ik naar de beschouwingen ter zake door Beije, Onttrekking aan het verkeer, Groningen 1994, p. 205 e.v. Beije vermeldt dat bij de totstandkoming van art. 36d niet is toegelicht wat onder "soortgelijke feiten dient te worden verstaan. Terecht wijst hij vervolgens op het belang van de ontstaansgeschiedenis van de Wet economische delicten, enkele jaren voor de indiening van het wetsontwerp waarbij de onttrekking aan het verkeer als maatregel werd ingevoerd. In het oorspronkelijk ontwerp van die wet werd onder meer voorgesteld als maatregel in te voeren "het opleggen van de verplichting tot voldoening van een geldbedrag ter ontneming van het geschatte voordeel, behaald door economische delicten". Bij de behandeling in het parlement bleek dat men dit een te ruime bepaling vond; ontneming van voordeel werd slechts aanvaardbaar geacht indien er voldoende aanwijzingen waren dat de verdachte soortgelijke feiten had begaan en diende zich daartoe te beperken. Aldus geschiedde en het ligt voor de hand dat dezelfde overwegingen een rol hebben gespeeld bij de redactie van art. 36d. Beije betrekt bij de uitleg van het begrip "soortgelijke feiten" vervolgens hetgeen de wetgever bij de totstandkoming van de zgn. "Plukze"-wetgeving over soortgelijke feiten in art. 36e Sr heeft opgemerkt en komt tot de slotsom dat de wetgever daar het criterium vindt in het door de delicten concreet te beschermen rechtsbelang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3733498e3ca5471fc8b38b50e5a69655b72dafd399201d88e38bcba9f02c29ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3733498e3ca5471fc8b38b50e5a69655b72dafd399201d88e38bcba9f02c29ab, en de alinea staat in dat document op bytes 7041 tot 8494.