Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 1997

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:22.

— Evenzeer juist acht ik de in nr. 9 sub b weergegeven overweging dat ieder der partijen altijd de bevoegdheid heeft op de voet van art. 13 en 14 HPW vaststelling te verzoeken van de bijkomende kosten, ook wanneer zij over de kosten afspraken hebben gemaakt, maar zij het niet eens zijn over de geldigheid, inhoud, reikwijdte of strekking van de afspraken of over de vraag of de afgesproken kosten blijven beneden het maximum van art. 12 HPW. Zie onder meer Asser-Rueb, 5 II, 1990, nr. 399 en 403.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0ba8aa53239f9cdc5956bba5df140d97771648fa4670d330bebe1da1ea8a00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0ba8aa53239f9cdc5956bba5df140d97771648fa4670d330bebe1da1ea8a00e, en de alinea staat in dat document op bytes 12351 tot 12902.