Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997, ECLI:NL:PHR:1997:25.

Schoevers stelt dat geen sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen haar en [eiser]. Zij betoogt dat niet [eiser] haar contractspartij is geweest doch [A] C.V., hierna ook: de vennootschap, waarvan [eiser] vennoot is; zij stelt dat tussen haar en de vennootschap een overeenkomst van opdracht bestond — een overeenkomst die zij per 1 november 1993 heeft beëindigd — krachtens welke overeenkomst de vennootschap [eiser] tegen betaling aan Schoevers ter beschikking stelde om onderwijswerkzaamheden te verrichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7a2f956ebc3ab7ee4693c4bfe3fc757615c1d4f1b8749437ff1ae99a5d08d05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7a2f956ebc3ab7ee4693c4bfe3fc757615c1d4f1b8749437ff1ae99a5d08d05, en de alinea staat in dat document op bytes 4730 tot 5270.