Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997, ECLI:NL:PHR:1997:25.
De Rechtbank heeft geconcludeerd dat tussen partijen geen (arbeids)overeenkomst tot stand is gekomen omdat de door Schoevers aan de vennootschap verrichte betalingen niet konden worden aangemerkt als betalingen (van loon) aan [eiser] en omdat tussen Schoevers en [eiser] geen gezagsverhouding bestond die noopte tot het oordeel dat tussen deze partijen een arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen. In de gegeven omstandigheden kon de Rechtbank reeds op grond van haar overwegingen omtrent de aan de vennootschap verrichte betalingen tot de slotsom komen dat tussen [eiser] en Schoevers geen (arbeids)overeenkomst is gesloten. In zoverre kan haar overweging omtrent het ontbreken van een gezagsverhouding tussen Schoevers en [eiser] worden gekwalificeerd als een tweede zelfstandige grond voor haar oordeel dat geen arbeidsovereenkomst tussen Schoevers en [eiser] heeft bestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7a2f956ebc3ab7ee4693c4bfe3fc757615c1d4f1b8749437ff1ae99a5d08d05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7a2f956ebc3ab7ee4693c4bfe3fc757615c1d4f1b8749437ff1ae99a5d08d05, en de alinea staat in dat document op bytes 13415 tot 14308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b7a2f956ebc3ab7ee4693c4bfe3fc757615c1d4f1b8749437ff1ae99a5d08d05 | shasum -a 256