Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 1997, ECLI:NL:PHR:1997:25.

De klacht dat de Rechtbank heeft miskend dat vaststaat dat twee door de vennootschap verzonden facturen — op verzoek van [eiser] — aan [eiser] en niet aan de vennootschap zijn voldaan ziet eraan voorbij dat uit de overgelegde produkties blijkt dat de betreffende betalingen zijn verricht ten behoeve van de vennootschap. Evenmin doel treft de klacht dat de Rechtbank niet in aanmerking had mogen nemen op wiens initiatief de betalingsregeling is getroffen. Met name bij de beantwoording van de vraag of tussen [eiser] en Schoevers een overeenkomst tot stand is gekomen mocht de Rechtbank in aanmerking nemen dat op initiatief van [eiser] is overeengekomen dat niet [eiser] doch de vennootschap recht op de bedongen tegenprestatie had. De klacht dat de Rechtbank niet bij haar beoordeling mocht betrekken dat naar vaste jurisprudentie een werkgever het recht ontbeert om achteraf alsnog niet ingehouden loonbelasting en sociale verzekeringspremies te verhalen op de werknemer, ziet eraan voorbij dat in de overwegingen van de Rechtbank kennelijk ligt besloten dat Schoevers niet met het initiatief van [eiser] zou hebben ingestemd ingeval zij niet ervan overtuigd was geweest dat zij met [eiser] zelf geen arbeidsovereenkomst had gesloten. Het stond de Rechtbank vrij deze laatste omstandigheid mee te wegen bij de beantwoording van de vraag of tussen [eiser] en Schoevers een overeenkomst tot stand was gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7a2f956ebc3ab7ee4693c4bfe3fc757615c1d4f1b8749437ff1ae99a5d08d05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7a2f956ebc3ab7ee4693c4bfe3fc757615c1d4f1b8749437ff1ae99a5d08d05, en de alinea staat in dat document op bytes 15865 tot 17294.