Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1997
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1997, ECLI:NL:PHR:1997:28.
aldus HR 14 november 1995, nr. 4926; zie ook HR DD 81.373, HR 22 februari 1994, nr. 4838, alsmede Strijards, Revisie, blz. 186. De thans door de getuigen opgegeven redenen voor het wijzigen van hun eerdere belastende verklaringen zijn naar mijn mening onaannemelijk. Opmerking verdient dat de aanvrage onvermeld laat dat de getuige [getuige 1] zijn eerdere verklaring nog heeft bevestigd bij zijn verhoor door de rechter-commissaris. En dan laat ik de vragen die de mededeling van de getuige [getuige 2], dat verzoeker hem niet onder druk heeft gezet om zijn verklaring te veranderen, zou kunnen oproepen maar voor wat ze zijn. Er is dus geen grond om aan te nemen dat de tegenover de politie afgelegde verklaringen onjuist zijn. Reeds daarom is er geen sprake van een omstandigheid in de zin van art. 457 lid 1 sub 2° Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdebd32cf264d4d5e41828e4f4de9a00e4dde1d185528575ecf63eecab25820c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdebd32cf264d4d5e41828e4f4de9a00e4dde1d185528575ecf63eecab25820c, en de alinea staat in dat document op bytes 5249 tot 6086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cdebd32cf264d4d5e41828e4f4de9a00e4dde1d185528575ecf63eecab25820c | shasum -a 256