Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 1997

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 5 september 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 1997, ECLI:NL:PHR:1997:37.

7. Ook in de feitelijke instanties is uitvoerig gedebatteerd over de vraag of art. 3:3 lid 1 BW een duurzame en vaste verbinding met de grond vereist. Met name de thans in de schriftelijke toelichting van de Ontvanger aangehaalde passages uit de wetsgeschiedenis zijn ook toen reeds uitvoerig geciteerd en becommentarieerd. Het gaat hier om de passages die ook zijn aangehaald in de conclusie van mijn ambtgenoot Moltmaker voor het arrest van de Derde Kamer van Uw Raad van 23 februari 1994, NJ 1995, 464, m.nt. WMK onder NJ 1995, 465. Beide partijen hebben zich ter ondersteuning van haar – tegengestelde -standpunten op die passages beroepen. Het gaat hier om de Toel. Meijers, het VV II, de M.v.A. II, het M.O. II en de toelichting bij de N.v.W., alle bij art. 3.3 (art. 3.1.1.2), Parl. Gesch. Boek 3, p. 66-70.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22b68407dbb144cd7007c00489119a34390775ae689c8ff960b9d5fe31b0d2bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22b68407dbb144cd7007c00489119a34390775ae689c8ff960b9d5fe31b0d2bf, en de alinea staat in dat document op bytes 15617 tot 16446.