Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 1997

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 5 september 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 1997, ECLI:NL:PHR:1997:37.

Vervolgens is echter naar aanleiding van Uw arrest van 13 juni 1975, NJ 1975, 509 (Amercentrale), m.nt. GJS, in de literatuur aan de orde gesteld of de door Uw Raad gehanteerde maatstaf ter beantwoording van de vraag of een bouwsel moet worden aangemerkt als gebouw in de zin van – het door art. 6:174 te vervangen – art. 1405 (oud) BW, ook moest dan wel kon gelden ter beantwoording van de vraag of is voldaan aan het door art. 3.3 (en art. 5:20 en art. 6:174) gestelde vereiste van duurzame vereniging met de grond. In dat arrest werd overwogen dat een daar in het geding zijnde olietank kon worden aangemerkt als een gebouw in de zin van voormelde bepaling omdat deze tank “een bouwsel was dat naar aard en inrichting bestemd was om duurzaam ter plaatse te blijven, waarbij niet van belang is of technisch de mogelijkheid zou hebben bestaan om het te verplaatsen.” Scholten opteert kennelijk voor een ontkennende beantwoording terwijl Bloembergen betwijfelt of voormelde vraag bevestigend kan worden beantwoord; zie de NJ-annotatie van Scholten en de noot van Bloembergen in Bouwrecht 1975, p. 695 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22b68407dbb144cd7007c00489119a34390775ae689c8ff960b9d5fe31b0d2bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22b68407dbb144cd7007c00489119a34390775ae689c8ff960b9d5fe31b0d2bf, en de alinea staat in dat document op bytes 18653 tot 19779.