Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997
Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997, ECLI:NL:PHR:1997:39.
1. In dit geding gaat het in cassatie om de vraag of een onbevoegd vertegenwoordiger jegens de wederpartij die niet wist of behoefde te weten dat geen bevoegdheid tot vertegenwoordiging bestond, ook naar oud recht is gehouden tot vergoeding van het zogeheten positief contractsbelang, dat wil zeggen tot vergoeding van het nadeel dat de wederpartij lijdt doordat de onbevoegd verrichte rechtshandeling niet tot stand is gekomen. Deze vraag doet zich hier voor in een wat ä-typische constellatie”. In casu is de pseudo-principal bereid geweest de onbevoegd gesloten koopovereenkomst alsnog te bekrachtigen tegen “bijbetaling” van een bepaald bedrag door de wederpartij; het Hof gaat althans kennelijk ervan uit dat sprake is van een bekrachtiging onder de voorwaarde dat bedoeld bedrag wordt betaald. De vraag is nu of de pseudo-vertegenwoordiger kan worden aangesproken tot vergoeding van dit bedrag. Het Hof heeft deze vraag bevestigend beantwoord omdat naar zijn oordeel de pseudo-vertegenwoordiger ook naar oud recht het positief contractsbelang dient te vergoeden. Tegen deze beslissing richt zich het middel. Mijns inziens tevergeefs. Voordat ik hierop nader inga, geef ik een kort overzicht van de feiten en het verloop van het geding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43, en de alinea staat in dat document op bytes 4260 tot 5534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43 | shasum -a 256