Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997, ECLI:NL:PHR:1997:39.
3. De Rechtbank Utrecht wijst [verweerder] vordering af bij vonnis van 30 september 1992 op grond van de volgende overwegingen. Voorop staat dat [eiser] in beginsel aansprakelijk is voor de schade die [verweerder] heeft geleden doordat hij, [eiser] , ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst onbevoegd heeft gehandeld nu de door hem gepretendeerde volmacht tot het sluiten van de overeenkomst ontbrak. Van schade ten gevolge van onbevoegd handelen van [eiser] kan in casu echter pas sprake zijn indien komt vast te staan of dat [B] destijds zou hebben ingestemd met een koopprijs van f 1,-, althans met enig bedrag onder de f 30.001,-, of dat schade is ontstaan doordat de overeenkomst niet destijds doch eerst later tot stand is gekomen. Daaromtrent is echter onvoldoende gesteld of gebleken. [verweerder] heeft zelfs niet aangevoerd dat een koopsom van f 30.001,- in casu onredelijk was. De steller van het middel is klaarblijkelijk van oordeel dat de door de Rechtbank gehanteerde maatstaf vergoeding van het positief contractsbelang impliceert; dat leid ik althans af uit zijn schriftelijke toelichting. Van vergoeding van het positief contractsbelang is hier echter geen sprake nu niet als uitgangspunt wordt genomen dat moet worden vergoed het nadeel dat de wederpartij lijdt doordat de rechtshandeling die de onbevoegd vertegenwoordiger daadwerkelijk heeft verricht niet tot stand is gekomen. De Rechtbank gaat kennelijk ervan uit dat het negatief contractsbelang dient te worden vergoed. Zij neemt immers tot uitgangspunt dat de wederpartij (financieel) moet worden gebracht in de situatie waarin deze zou hebben verkeerd ingeval de pseudo-vertegenwoordiger niet (onbevoegd) was opgetreden; in dat verband diende aan de orde te komen of en zo ja tegen welke prijs [B] zou hebben ingestemd met de verkoop van de aandelen. Zie over vergoeding van positief en negatief contractsbelang onder andere Asser-Van der Grinten I (De vertegenwoordiging), 1990, nr. 97 en Bloembergen, Vertegenwoordiging, 1986, nr. 22.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43, en de alinea staat in dat document op bytes 7181 tot 9229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43 | shasum -a 256