Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1997, ECLI:NL:PHR:1997:39.
4. Na door [verweerder] ingesteld appel komt het Hof met de volgende overweging tot de slotsom dat de Rechtbank de door [verweerder] gevorderde vergoeding van het positief belang had moeten toewijzen: “4.3 De omstandigheid dat [eiser] [B] tegenover [verweerder] op 26 september 1990 onbevoegd heeft vertegenwoordigd, brengt mee dat [eiser] , die voor zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid had in te staan, aansprakelijk is voor het nadeel dat [verweerder] lijdt doordat de rechtshandeling, te weten de koopovereenkomst waarbij [verweerder] de helft van de aandelen in [A] voor de koopprijs van f 1,- verwierf, niet tot stand is gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43, en de alinea staat in dat document op bytes 9245 tot 9941.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/606d6a84ec0842c98fffcb53f8b04a94867849e8a49ce3d162a065b6150cdd43 | shasum -a 256