Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997, ECLI:NL:PHR:1997:47.
"4. Naar de vrouw niet dan wel onvoldoende weersproken heeft gesteld heeft de vrouw kort na de aanvang van het huwelijk een betaalde werkkring opgegeven om te kunnen gaan werken in het bedrijf van de man en heeft zij gedurende ongeveer veertien jaren in het bedrijf van de man ca. 40 uur per week gewerkt terwijl zij daarvoor geen beloning ontving. Aldus heeft zij de mogelijkheid om in haar eigen levensonderhoud te voorzien prijsgegeven ten behoeve van het bedrijf van de man. Voorts in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat de vrouw over een zo aanzienlijk vermogen beschikt dat zij na het einde van het huwelijk geheel of in belangrijke mate in haar levensonderhoud kan voorzien volgt uit het vorenoverwogene dat - met voorbijgaan aan de subjectieve bedoeling van de man - moet worden aangenomen dat de man de koopprijs van de woning van de vrouw heeft betaald ter voldoening aan een op hem rustende dringende verplichting van moraal en fatsoen en derhalve ter voldoening aan een op hem rustende natuurlijke verbintenis. Dit strookt met de omstandigheid dat de man de subsidie ter zake van de aankoop van de woning voor de vrouw heeft ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb, en de alinea staat in dat document op bytes 9625 tot 10793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb | shasum -a 256