Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997, ECLI:NL:PHR:1997:47.
6) Strikt gesproken zou het middel reeds moeten falen op de grond dat het hof niet heeft aangenomen dat de opgesomde omstandigheden nopen tot het aannemen van een natuurlijke verbintenis. Dit woord kan in de onderhavige context immers moeilijk anders dan een normatieve betekenis hebben, zijnde de betekenis "dwingen" of "noodzaken"; zie Van Dale, s.v. onder 4. Maar met de zinswending "moet worden aangenomen dat de man de koopprijs van de woning van de vrouw heeft betaald ter voldoening aan een op hem rustende ( .. ) natuurlijke verbintenis", heeft het hof m.i. bedoeld aan te geven (zoals in een dergelijk juridisch betoog gebruikelijk is) dat die feiten het hof tot de conclusie hebben gebracht dat sprake is van voldoening aan een natuurlijke verbintenis, niet dat die feiten niet tot een andere conclusie zouden kunnen leiden. Ik ga er echter in het navolgende vanuit dat de steller van het middel het woord "nopen" niet op een andere manier heeft willen gebruiken dan het hof de wending "moet worden aangenomen dat".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb, en de alinea staat in dat document op bytes 13408 tot 14446.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb | shasum -a 256