Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997, ECLI:NL:PHR:1997:47.

7) Ik meen dat het middel tevergeefs wordt voorgesteld, omdat 's hofs beslissing geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en geenszins onbegrijpelijk of onvoldoende is gemotiveerd. Ook biedt het arrest geen aanleiding voor de veronderstelling dat het hof essentiële stellingen van de man over het hoofd heeft gezien of onbehandeld heeft gelaten. Ik loop de onder 5 uitgesplitste klachten na.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb, en de alinea staat in dat document op bytes 14495 tot 14909.