Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 1997, ECLI:NL:PHR:1997:47.
Ad a) ('Het huis is op naam van de vrouw gezet teneinde het te behoeden voor eventueel verhaal door schuldeisers' ) . Het feit dat een huis op naam van de vrouw wordt gesteld om het te beschermen tegen verhaal door eventuele schuldeisers van de man, kan m.i. niet worden beschouwd als een omstandigheid die de in het arrest van 1995 geformuleerde vuistregel doorkruist. Die bedoeling doet immers niet af aan het objectieve gegeven, dat de "prestatie ertoe strekt te waarborgen dat de vrouw ook na het einde van het huwelijk in die woning kan blijven wonen." Dat de voormelde bedoeling irrelevant is leid ik ook met een argument e silentio af uit het arrest van 1995. Immers, ook in die zaak speelde deze bedoeling een rol (zie de conclusie van A-G Vranken onder 26), zodat het voor de hand had gelegen dat Uw Raad, indien hij daarin een mogelijke uitzondering op de geformuleerde vuistregel had gezien, daaraan uitdrukkelijk aandacht had geschonken, evenals aan de in r.o. 3.5 in fine genoemde omstandigheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb, en de alinea staat in dat document op bytes 14915 tot 15937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffe695b0b07fcd33f498f84ee5639a93e29d923d021092f0c2db9a3ca65429bb | shasum -a 256