Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997, ECLI:NL:PHR:1997:48.
4. Na door de man ingesteld principaal en door de vrouw ingesteld incidenteel appel oordeelt het Hof - bij arrest van 28 maart 1996 - dat zowel de aanspraak op materiële als die op immateriële schadevergoeding (behoudens het reeds verrekende bedrag van f 12.000,-) naar haar aard in ieder geval in zoverre aan de vrouw zijn verknocht dat zij bij de ontbinding van de gemeenschap door echtscheiding buiten de verdeling dienen te blijven. "Ten overvloede" wordt overwogen dat de eisen van redelijkheid en billijkheid die partijen bij de verdeling jegens elkaar in acht moeten nemen in ieder geval meebrengen dat de schadevergoeding - voor zover het bedrag van f 12.000,- te boven gaande - zonder verrekening aan de vrouw moet worden toegedeeld. 's Hofs overwegingen, waarin de vrouw en de man bij name worden genoemd, luiden als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373, en de alinea staat in dat document op bytes 9824 tot 10672.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373 | shasum -a 256