Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997, ECLI:NL:PHR:1997:48.
Zie in dit verband ook mijn ambtgenoot Asser in zijn uitvoerig gedocumenteerde conclusie voor Uw arrest van 22 maart 1996, NJ 1996, 640, m.nt. WMK. Hij benadrukt terecht dat bij de beantwoording van de vraag of er reden is verknochtheid aan te nemen, steeds erom gaat welk specifiek gevolg van het "in de gemeenschap vallen" in het geding is. Daarbij zal - gezien het karakter van de algehele gemeenschap van goederen - voorop moeten staan dat er alle reden is de uitzondering van art. 94 lid 3 zo beperkt mogelijk op te vatten. Dat laatste is met name ook benadrukt in Uw zojuist genoemde arrest van 22 maart 1996 en in Uw onder 2 reeds genoemde arrest van 23 december 1988, NJ 1989, 700, m.nt. EAAL, waarin Uw Raad overwoog dat het antwoord op de vraag of en zo ja, in hoeverre, de verknochtheid zich ertegen verzet dat het goed in de gemeenschap valt, afhangt van "de aard van dat goed, zoals deze aard mede door de maatschappelijke opvattingen wordt bepaald".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373, en de alinea staat in dat document op bytes 17360 tot 18336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373 | shasum -a 256