Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997, ECLI:NL:PHR:1997:48.
De door Luijten opgeworpen vraag wordt onomwonden ontkennend beantwoord door Duijvendijk-Brand in haar dissertatie Afrekenen bij (echt)scheiding, Leiden, 1990. Met betrekking tot de aanspraak op immateriële schadevergoeding wijst zij (a.w., p. 32-33) met instemming op het Eindverslag I bij art. 6:106 BW waar wordt opgemerkt (Parl. Gesch. Boek 6, p. 389, sub 6, laatste zin):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373, en de alinea staat in dat document op bytes 21827 tot 22217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373 | shasum -a 256