Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1997, ECLI:NL:PHR:1997:48.

's Hofs oordeel geeft mijns inziens geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ik verwijs in dit verband naar Uw meergenoemde arrest van 23 december 1988 betreffende een invaliditeitspensioen waarin met name van belang werd geoordeeld de hier door het Hof genoemde omstandigheid dat de schadevergoeding strekt ter vervanging van arbeidsinkomsten welke bij het ontbreken van de arbeidsongeschiktheid zouden (kunnen) worden behaald, in welk verband van belang is dat loon voor nog te verrichten arbeid ook niet in de gemeenschap valt. In Uw arrest werd met name ook van belang geoordeeld dat de grootte en de duur van een invaliditeitspensioen in de regel afhankelijk zijn van de graad van arbeidsongeschiktheid en het voortduren daarvan, derhalve van strikt individuele, soms wisselende, omstandigheden aan de zijde van de rechthebbende. Deze omstandigheid doet zich in casu niet voor. Dat betekent naar mijn oordeel echter niet dat de onderhavige aanspraak niet kan gelden als voldoende verknocht. Daarbij neem ik in aanmerking dat het in casu slechts gaat om de vraag of de aanspraak zodanig is verknocht dat deze buiten de verdeling moet blijven, een vraag die - zoals gezegd - mede wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid; in genoemd arrest oordeelde Uw Raad dat de aanspraak op invaliditeitspensioen zodanig is verknocht dat deze (in het geheel) niet in de gemeenschap valt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2297fc0d366b5870f088164c346f7aadae881265ce5f96eb66e2094a4557373, en de alinea staat in dat document op bytes 27583 tot 28984.