Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 1997

Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 21 november 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 1997, ECLI:NL:PHR:1997:5.

Tegen deze achtergrond komt de deelvraag aan de orde van de verhouding tussen dictum en de rechtsoverwegingen waarop het berust. Het onderdeel berust blijkbaar op de gedachte dat het dictum geïsoleerd van de daaraan voorafgaande overwegingen mag worden gelezen. Zou dat anders zijn, dan maakte het onderdeel immers geen kans van slagen omdat het hof in r.o. 4.7 aangeeft (in het kader van de ‘‘ompakkings-criteria’‘) dat het opnieuw aangebrachte cellofaan minder glad en strak om de doosjes zit dan bij de originele verpakking het geval is; dat het geheel een slordiger en rommeliger indruk maakt en dat deze indruk wordt verhoogd door het overplakken, c.q. verwijderen van de klantnummers. In dit licht kan het dictum door partijen redelijkerwijs niet anders worden begrepen — zoals het blijkbaar ook door het hof zelf is verstaan — dan als een verbod opnieuw verpakte producten te verkopen (enz.) voorzover zij voormelde indruk maken .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5e26727b0019dcc6c7fcc5076ae783b0a9eed41283df378c093609ebbbb14ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5e26727b0019dcc6c7fcc5076ae783b0a9eed41283df378c093609ebbbb14ae, en de alinea staat in dat document op bytes 53810 tot 54811.