Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 1997

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 21 november 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 1997, ECLI:NL:PHR:1997:5.

Voorzover het onderdeel aanvoert dat het hof dusdoende ‘‘wellicht’‘ van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan, onderscheidenlijk een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd, moet het falen. Indien een speculatieve klacht zoals deze al kan gelden als een behoorlijk voorgesteld cassatiemiddel (ik meen dat dit niet zo is), geldt dat de maatstaf die in dit kader moet worden toegepast, geen andere is dan de tekst van art. 289 Rv vermeldt: dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat het hof dit heeft miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5e26727b0019dcc6c7fcc5076ae783b0a9eed41283df378c093609ebbbb14ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5e26727b0019dcc6c7fcc5076ae783b0a9eed41283df378c093609ebbbb14ae, en de alinea staat in dat document op bytes 19489 tot 20098.