Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 1997

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 26 september 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 1997, ECLI:NL:PHR:1997:51.

Onderdeel II.1, dat betoogt dat het hof de mate van verwijtbaarheid niet had mogen laten meewegen in het kader van "de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten", faalt reeds omdat art. 101 lid 1, slot, tevens gewag maakt van de "andere omstandigheden van het geval". Gelet op het verwijzingsarrest is het juist dat het hof de billijkheidscorrectie in beginsel toepasbaar heeft geacht indien de mate van verwijtbaarheid aan de zijde van de automobilist duidelijk verschilt van die aan de zijde van het jeugdige verkeersslachtoffer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f840539c2c3e3a16a15dedc66d46a534dc56a603fc9732d6918573cff718ddb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f840539c2c3e3a16a15dedc66d46a534dc56a603fc9732d6918573cff718ddb, en de alinea staat in dat document op bytes 13801 tot 14346.