Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997, ECLI:NL:PHR:1997:52.

man telefonisch medegedeeld dat het verzoek van de advocaat van de man, vervat in de brief d.d. 1 oktober 1996, inhoudende vaststelling van een nadere datum in verband met verhindering van de advocaat, door de Rechtbank niet is gehonoreerd en dat voor vervanging dient te worden zorggedragen. Op de terechtzitting van de Rechtbank zijn echter de man, noch (een kantoorgenoot van) diens raadsman verschenen. Uit dit een en ander volgt dat de man en diens raadsman tijdig en regelmatig zijn opgeroepen voor de terechtzitting van de Rechtbank van 4 oktober 1996. Dit zo zijnde, mocht de Rechtbank ervan uitgaan dat op dit punt aan de vereisten van het beginsel van hoor en wederhoor was voldaan en was zij niet gehouden de behandeling aan te houden of een onderzoek in te stellen naar de reden van het niet verschijnen van de man en diens raadsman, zulks te minder nu in het op de dag van de terechtzitting ingekomen verweerschrift van de man werd verzocht op de schriftelijke stukken recht te doen en een mondelinge behandeling achterwege te laten, terwijl in het begeleidend schrijven bij dat verweerschrift werd medegedeeld dat zijdens de man niemand zal verschijnen. Vgl. HR 9 juni 1989, NJ 1990, 56. 's Hofs oordeel dat, onder deze omstandigheden, het niet aanhouden van de mondelinge behandeling op zich zelf geen schending van het beginsel van hoor en wederhoor oplevert, is derhalve juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afd8150ecf65bb446432df284a1ab6401f91643acffecb79f937793836164ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afd8150ecf65bb446432df284a1ab6401f91643acffecb79f937793836164ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 14425 tot 15832.