Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997, ECLI:NL:PHR:1997:52.
26. Dan de rechtsklacht. Wanneer kan gezegd worden dat advocaten, procureurs of deurwaarders "zich in hunne bedieningen te buiten zijn gegaan", zoals de maatstaf van art. 58 Rv luidt? Rechtspraak van de Hoge Raad over de betekenis van deze maatstaf ontbreekt (eerst door de reeds genoemde uitspraak van de Hoge Raad van 17 maart 1989, NJ 1989, 768 is cassatietoetsing van de toepassing van art. 58 Rv door de feitelijke rechter mogelijk). De gepubliceerde lagere rechtspraak (veelal van oudere datum) laat zien dat de maatstaf ruim wordt opgevat. Niet alleen overtredingen van wettelijke voorschriften inzake de procesvoering, maar ook verwaarlozing van de belangen van de cliënt (Rb Amsterdam 24 mei 1918, NJ 1919, 94), plaagzucht (Rb 's-Gravenhage 19 mei 1921, NJ 1921, 1135), "beuzelpraat" (Rb 's-Gravenhage 9 juni 1921, W. 10888), het stellen van onvoldoende feiten (Rb Breda 14 oktober 1958, NJ 1959, 300) enz. zijn met een kostenveroordeling "uit eigen beurze" afgestraft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afd8150ecf65bb446432df284a1ab6401f91643acffecb79f937793836164ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afd8150ecf65bb446432df284a1ab6401f91643acffecb79f937793836164ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 22270 tot 23262.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/afd8150ecf65bb446432df284a1ab6401f91643acffecb79f937793836164ab3 | shasum -a 256