Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 1997, ECLI:NL:PHR:1997:52.
28. In de literatuur werd en wordt terughoudendheid in de toepassing van art. 58 Rv bepleit. In zijn proefschrift (De veroordeling in de kosten van het burgerlijk geding, 1945, p. 83) wees Haardt er al op dat "de persoonlijke veroordeling in de kosten van de in art. 58 genoemde personen een uitzonderlijke maatregel moet blijven waartoe de rechter alleen in zeer duidelijke gevallen zijn toevlucht mag nemen". Zie voorts Kluwers Burgerlijke Rechtsvordering, art. 58 aant. 1 (W.D.H. Asser), waar wordt verdedigd dat alleen "aperte fouten of verzuimen in de procesvoering" met een kostenveroordeling uit eigen beurze mogen worden gestraft. In zijn conclusie voor HR 17 maart 1989, NJ 1989, 768 neemt Leijten het standpunt in dat voor een kostenveroordeling uit eigen beurze alleen grond is wanneer de advocaat of procureur "een zeer ernstige, "onverdedigbare" beroepsfout heeft gemaakt". Het zou z.i. "verreweg het beste zijn als art. 58 Rv door non-usus een zachte dood stierf", nu advocaten ook in hun hoedanigheid van procureur op dezelfde wijze als andere zelfstandige beroepsbeoefenaars jegens met name hun cliënten aansprakelijk zijn voor beroepsfouten en zich daartegen kunnen en zullen verzekeren. In zijn noot in de NJ onder de genoemde uitspraak van de Hoge Raad wil ook Vranken weinig weten van (een ruime toepassing van) art. 58 Rv. Hij wijst er terecht op dat de rechter meer dan eens slechts gebrekkig zal kunnen worden voorgelicht over de achtergrond van een bepaald, door de rechter gewraakt, optreden van de advocaat, omdat het de advocaat niet altijd vrijstaat alles te vertellen over zijn relatie met de cliënt, bijv. dat hij negatief heeft geadviseerd, dat hij pas op het allerlaatste moment is geraadpleegd of dat de cliënt er een ander belang bij heeft dat de procedure wordt gevoerd. In zoverre kan art. 58 Rv op gespannen voet staan met het verschoningsrecht van beroepsbeoefenaren. Hij wijst er bovendien op dat "het afstraffen van fouten van advocaten, procureurs en deurwaarders in de huidige tijd veeleer tot de taak van de beroepsgroep zelf behoort dan tot die van de rechter".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afd8150ecf65bb446432df284a1ab6401f91643acffecb79f937793836164ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afd8150ecf65bb446432df284a1ab6401f91643acffecb79f937793836164ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 23278 tot 25399.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/afd8150ecf65bb446432df284a1ab6401f91643acffecb79f937793836164ab3 | shasum -a 256