Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997, ECLI:NL:PHR:1997:56.
3. In zijn vonnis van 5 april 1995 honoreert de Kantonrechter te Breda Klaverblads beroep op overmacht. Dat iemand, ook indien zij bejaard is, valt als zij stilstaat is - aldus de Kantonrechter - een zo incidentele gebeurtenis dat daarmede in redelijkheid geen rekening kan worden gehouden, terwijl is gesteld noch gebleken dat dit vallen in enigerlei mate aan [betrokkene] was te wijten. De Kantonrechter oordeelt het aannemelijk dat [D] die met haar hoofd voorover is gevallen, daarmee de afstand tussen haar en de auto van [betrokkene] aanzienlijk heeft verkleind. Voorts acht de Kantonrechter het aannemelijk dat de afstand die [betrokkene] aanhield tussen haar auto en de voetgangers "niet een ongebruikelijk korte" was; daarbij tekent hij aan dat geen enkele getuigenverklaring rept over "rakelings passeren". Ook in de door de erven genoemde snelheid van de auto is naar het oordeel van de Kantonrechter geen grond te vinden voor een verwijt aan [betrokkene].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4, en de alinea staat in dat document op bytes 7582 tot 8561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4 | shasum -a 256