Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997, ECLI:NL:PHR:1997:56.

Resteert - aldus de Rechtbank - het door de erven [D] gedane beroep op het arrest van de Hoge Raad van 24 december 1982, NJ 1983, 443. Anders dan in dat arrest het geval was heeft het slachtoffer in casu op geen enkele wijze ervan blijk gegeven dat zij zich mogelijk onvoorzichtig zou gedragen en derhalve behoefde [betrokkene] daarop niet te anticiperen anders dan zij deed; met de val van [D] behoefde niemand in redelijkheid rekening te houden. Aldus de Rechtbank, die tot de slotsom komt dat aannemelijk is geworden dat [betrokkene] geen enkel verwijt kan worden gemaakt van het onderhavige ongeval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4, en de alinea staat in dat document op bytes 9381 tot 9997.