Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997, ECLI:NL:PHR:1997:56.

7. De Kantonrechter en de Rechtbank zijn ervan uitgegaan dat voor een beoordeling van een beroep op overmacht in de zin van art. 31 WVW ingeval van aanrijdingen met fietsers en voetgangers van veertien jaar en ouder nog steeds geldt de maatstaf die door Uw Raad in zijn arrest van 22 mei 1992, NJ 1992, 527 (ABP/[…]) mede met het oog op de ratio van art. 31 WVW is aanvaard. Dit houdt het volgende in. Een beroep op overmacht gaat slechts op ingeval de eigenaar/bestuurder van het motorrijtuig aannemelijk maakt dat hem rechtens geen enkel verwijt treft van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen voor zover van belang voor de veroorzaking van het ongeval; daarbij zijn eventuele fouten van andere weggebruikers - daaronder begrepen die van het slachtoffer zelf - alleen van belang indien zij voor de bestuurder van het motorrijtuig zo onwaarschijnlijk waren dat hij bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4, en de alinea staat in dat document op bytes 10624 tot 11633.