Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 1997, ECLI:NL:PHR:1997:56.

De Rechtbank heeft - naar ik aanneem mede op grond van de in appel overgelegde foto's van de situatie ter plaatse - het oordeel van de Kantonrechter onderschreven dat aannemelijk moet worden geoordeeld dat [betrokkene] voldoende afstand hield van de wegas waarop [D] zich bevond, althans dat haar op dit punt geen enkel verwijt kon worden gemaakt gegeven de toedracht van het ongeval (het voorover vallen van [D] over de weghelft waarop [betrokkene] reed en de omstandigheid dat [D] bij die val met haar hoofd de autospiegel raakte) en gegeven de omstandigheid dat de getuigenverklaringen niet repten van een rakelings passeren. Daarbij ga ik ervan uit - anders dan het derde middelonderdeel - dat de Kantonrechter ook in de visie van de Rechtbank met zijn overweging dat de door [betrokkene] aangehouden afstand niet "ongebruikelijk" was, heeft willen aangeven dat die afstand voldoende was althans dat [betrokkene] op dit punt geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 22 RVV oud; deze bepaling verplicht verkeersdeelnemers immers "zoveel mogelijk" rechts te houden, dat wil zeggen zoveel als in de gegeven omstandigheden gewenst moet worden geoordeeld. Vgl. R.J. Polak, Inleiding tot het wegenverkeersrecht, deel I, 1996, p. 236 en 237.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f2d888da0c54265a55c21a8c765e05a3e6924d61c75ef707e2773a5abefa0f4, en de alinea staat in dat document op bytes 16623 tot 17947.