Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:57.

Het antwoord op de vraag wanneer de pandakte de vordering in voldoende mate bepaalt, is uiteraard niet in het algemeen te geven, maar zal afhangen van de omstandigheden van het geval. De stelling van de curator dat het enkele feit dat de pandakte of de pandlijst een vergissing bevat (zodat de precieze aard van de vordering niet uitsluitend aan de hand van die lijst kan worden bepaald), uitsluit dat de verpanding geldig is, vindt geen steun in het recht. Die stelling sluit noch aan bij de wet noch bij de uitspraak van Uw Raad. Geenszins is uitgesloten dat voor de bepaling van de verpande vordering(en) te rade kan worden gegaan bij gegevens buiten de pandakte en de pandlijst, met name bij de boekhoudingen waarop de pandlijsten zijn gebaseerd. Die boekhoudingen zijn ook van belang indien geen vergissingen zijn gemaakt, bijv. teneinde het adres van de (in de pandlijst alleen bij naam aangeduide) debiteur dan wel nadere gegevens omtrent de vordering op het spoor te komen. Van die boekhoudingen wordt in het arrest van 14 oktober 1994 dan ook melding gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92bd45b0b0be1c32f0cb110ac58e0317d1395ddac8aae1da83601745a44ced9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92bd45b0b0be1c32f0cb110ac58e0317d1395ddac8aae1da83601745a44ced9c, en de alinea staat in dat document op bytes 16772 tot 17853.