Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:57.

In het onderhavige geval poogt het middel dit terugvallen op de onderliggende boekhouding van de pandgever bij de beantwoording van de voormelde vraag uit te sluiten. Veel van de klachten van de curator kunnen worden herleid tot het betoog dat in het algemeen uitsluitend de pandakte en de pandlijst waarnaar deze akte verwijst, en hoogstens eventuele bescheiden waarnaar akte of lijst expliciet verwijzen, een rol mogen spelen bij de beoordeling van de voldoende bepaaldheid van een verpande vordering. zie in deze zin Ophof in zijn hierboven aangehaalde beschouwing. Aangezien deze rechtsklacht m.i. op de voormelde gronden onjuist is en de motiveringsklachten geen uitvoerige weerlegging behoeven ('s hofs arrest is deugdelijk gemotiveerd), kan de behandeling van het cassatiemiddel kort zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92bd45b0b0be1c32f0cb110ac58e0317d1395ddac8aae1da83601745a44ced9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92bd45b0b0be1c32f0cb110ac58e0317d1395ddac8aae1da83601745a44ced9c, en de alinea staat in dat document op bytes 17859 tot 18668.